Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Toespraak van dhr. Willy Du Four

Geachte Heer Burgemeester

Beste vrienden van Brugge-Mariastad, sympathisanten en buurtbewoners,

Vandaag  11 februari  de verjaardag van de eerste verschijning van Maria aan Bernadette Soubirous. 11 februari 1858 (162 jaar geleden) en vier jaar na de dogmaverklaring van paus Pius IX bracht Maria de boodschap aan Bernadette : "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis" en waardoor zij ook het dogma van  de paus bekrachtigde. Van 11 februari tot 16 juli 1858 kreeg de 14-jarige Bernadette Soubirous in de grot van Massabielle te Lourdes enkele verschijningen van een in het wit geklede dame met een rozenkrans. In de periode van 11 februari tot 16 juli verscheen O. L. Vrouw 18 keer aan Bernadette. Enkele anekdotes uit die verschijningsperiode.

Bernadette was met haar zusje en een vriendinnetje naar de grot van Massabielle langs de Gave, getrokken om er beenderen en dood hout te sprokkelen.  Bij het uittrekken van haar kousen, om het beekje over te steken, hoort zij een geluid dat lijkt op een windstoot. Zij kijkt op naar de Grot: “Ik zag een dame in het wit gekleed: zij droeg een wit kleed en een witte sluier, een blauwe gordel en een gele roos op elke voet.” Bernadette maakt het kruisteken en bidt samen met de Dame de rozenkrans. Na het gebed verdwijnt de Dame meteen.                                                                                     
Het gebruik van het dragen van kaarsen en deze bij de Grot te laten branden komt voort uit haar vierde verschijning  toen Bernadette naar de grot ging met een gezegende en brandende kaars.                                                                                                         
Na de negende verschijning op 25 februari vertelde Bernadette  “Ze zei me te gaan drinken aan de bron (…) Ik vond alleen maar een beetje modderig water. De vierde keer kon ik er van drinken. Ze zei me ook te eten van het kruid dat er groeit. Toen verdween de verschijning en ben ik vertrokken.” Aan de menigte die haar vroeg: “Weet je dat men denkt dat je gek bent om zulke dingen te doen?” antwoordt ze: “Het is voor de zondaars.”                                                                                                                                   

Op 1 maart, tijdens de 12de verschijning gebeurt de eerste genezing in het bijzijn van 1500 mensen, voor het eerst is er ook een priester bij. Een vrouw uit het naburige Loubajac, steekt haar ontwrichte arm in het water van de bron : haar arm en haar hand kregen hun natuurlijke soepelheid terug.                                                                              
De dag nadien verschijnt de Dame opnieuw met een boodschap : “Ga aan de priesters zeggen dat men naar hier in processie moet komen, en dat men hier een kapel moet bouwen.”   Bernadette spreekt hierover met de pastoor van Lourdes  E.H. Peyramale. Deze wil maar één ding weten: de naam van de Dame. Hij eist daarbij een bewijs: hij wil de wilde rozelaar van de grot in volle winter zien bloeien.                     
Het is pas op 25 maart dat de Dame tijdens haar 16de verschijning  haar naam openbaart. Bernadette vertelt: “Zij hief de ogen ten hemel, vouwde de handen samen, die eerst open waren en naar de grond gericht, als teken van gebed, en zei me: “Que soy era immaculada councepciou”. Bernadette vertrekt lopend, en herhaalt onderweg heel de tijd die woorden die ze niet begrijpt. Die woorden brengen de brave pastoor in de war. Bernadette kende deze theologische uitdrukking niet, die naar de Heilige Maagd verwijst. Vier jaar eerder, in 1854, had paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis afgekondigd.                                      Op vrijdag 16 juli 1858, de 18de verschijning en de allerlaatste keer dat Bernadette de Maagd Maria ziet. Het was aan de andere kant van de Gave omdat de Grot met een hek was afgesloten. Bernadette verklaart : “Het leek alsof ik voor de Grot was, even dichtbij als de andere keren, ik zag alleen de Maagd, nooit eerder zag ik haar zo mooi!”                                                                                                                       Het is op de feestdag van O. L. Vrouw van Lourdes dat de heilige Johannes Paulus II in 1993 de eerste Wereldziekendag heeft gehouden. Voor de zevenentwintigste editie, dit jaar, heeft paus Franciscus een boodschap gepubliceerd, waarin hij alle mannen en vrouwen van goede wil oproept tot een vernieuwd engagement in dienst van hen die lijden.                                               
De iconografie gaat terug op de beschrijving die Bernadette maakte van die vrouw die haar  verscheen; in het wit gekleed met een witte sluier, een blauw lint om de lenden, een rozenkrans aan haar rechterpols, rozen op haar voeten, het hoofd schuin naar boven gericht, de handen in gebedshouding.                                                          
Lourdes werd kort na de verschijningen heel populair vandaar dat ook vandaag nog in Brugge een achttal beelden van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes terug te vinden zijn.  
             
Het huidige nieuwe beeldje van Onze-lieve-Vrouw van Lourdes vervangt een ouder exemplaar van een Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes dat reeds lang in deze nis stond maar door een onoplettendheid naar beneden is gevallen. Boven de straat bevond zich een nutskabel die van de ene kant naar de andere kant van de straat liep en dit via de achterzijde van het beeld. Een verdwaalde vrachtwagen, waarschijnlijk tot hier geraakt door de GPS, raakte de kabel met als gevolg vernieling en brokken. Het bestuur van Brugge-Mariastad vzw opteerde om hier opnieuw een O. L. Vrouw van Lourdes te plaatsen in functie van het historisch verleden. Aangezien BMS geen beeld ter beschikking had werd via internet naar een gepast beeld gezocht, een beeld dat weersbestendig moest zijn. Na een lange zoektocht werd niets gevonden. Enkele weken later werd door één van onze actieve leden een beeld van O. L. Vrouw van Lourdes opgemerkt in een brocante zaak met de gepaste afmetingen en weersbestendig (biscuit porselein) en zie het resultaat mag er zijn.

Als afsluiting een kort historisch toetje over het Ezelstraatkwartier dat ontstaan is rond 1200 en een oppervlakte beslaat van 42 ha. We mogen gerust aannemen dat de benaming Ezelstraat niet komt van Ezelpoort, maar dat de naam Ezelpoort aan de Ezelstraat is ontleend. De Ezelstraat die we pas in 1302 in de documenten aantreffen, is heel wat ouder en klimt zeker tot de jaren 1200 op. De bekende toponymist Karel de Flou en de Brugse historicus Kanunnik Adolf Duclos durfden geen verklaring geven en zij dachten hierbij zeker niet aan een 'asinus'. Nochtans gaf Karel Verschelde in 1875 een verklaring voor de straatnaam in zijn studie die hij publiceerde over Brugse straatnamen. Volgens hem was de straatbenaming afkomstig van het aanzienlijke aantal ezels die langs deze straat vanuit het vruchtbare noorden boter en kaas naar het boterhuis in de Sint-Jacobsstraat brachten. De Flou en Duclos hebben daar geen rekening mee gehouden integendeel zij wezen dit af. Het is overigens zo goed als zeker, dat er bij het ontstaan van de Ezelstraat nog geen boterhuis bestond en zelfs al mocht er toen al een boterhuis bestaan hebben, dit in geen geval in de Sint-Jacobsstraat was gevestigd. Op de hoek van de Ezelstraat en de Oude Zak stond eertijds een huis 'De Ezel'. De oudste vermelding van dit huis hebben we aangetroffen in een document van 't jaar 1415 in de volgende tekst " ... ene loodine pipe te leggen in de strate van der stede bi der Ezelbrugghe omme te dienene in 't huus  Ten Ezele, aldaer staende dat wilen eene brauwerie was "Maar ook deze huisnaam kan de benaming Ezelstraat niet verklaren aangezien de straat en de straatbenaming heel wat ouder zijn dan het betrokken huis. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat deze straat naar een ‘sele’ liep. Een ‘sele’ was een belangrijk gebouw, zelfs met bijgebouwen. Vele plaatsnamen eindigen nu nog op ‘sele’  vb Melsele. De betekenis van de benaming Ezelstraat ligt nog volledig in het duister en op een aanneembare verklaring te wachten.

Wat we wel weten is dat bij de aanleg van de eerste omwalling in 1127 hier de eerste Ezelpoort stond waar nu de Ezelbrug is. Deze eerste omwalling had toen 6 toegangspoorten waarvan de Ezelpoort er één van was. Bij de tweede omwalling in 1297, ontstaan omwille van de economische bloei en aangroei van de bevolking, werd een nieuwe Ezelpoort 'porta Asinorum' gebouwd op de plaats waar ze nu nog staat

Het Ezelstraatkwartier vormt de grens tussen twee zestendelen.

Een zestendeel is een bestuurlijke indeling van de stad dat teruggaat tot het laatste kwart van de 13de eeuw. De stad werd in ongeveer zes gelijke ‘taartpunten’ verdeeld waarbij de Markt het centrale punt vormde en de waterlopen of poortstraten als scheidingslijn dienden. Eerst sprak men van ‘ambachten ‘ maar later werd dit vervangen door ‘zestendeel’. De Ezelstraat vormt de grens tussen Sint-Jacobs zestendel (D = westzijde) en Sint-Niklaas zestendeel (E = oostzijde)

Bij de invoering van de huisnummers in 1790 werden de namen van het zestendeel vervangen door hoofdletters van A tot F . Sint-Jacobs zestendeel kreeg de letter D en  Sint-Niklaas zestendeel de letter E. Bij sommige huizen zijn de letters naast het huisnummer nog te zien.

Enkele jaren later bij het aanleggen van het kadaster werden deze letters gebruikt om de kadastrale secties aan te duiden en dat tot op vandaag nog in voege is.

Sint-Jans zestendeel (A)  -  Sint-Donaas zestendeel (B)  -  O.L.Vrouw zestendeel (C)

Sint-Jacobs zestendeel (D) - Sint-Niklaas zestendeel (E) -  Carmers zestendeel (F)

Laat mij toe te eindigen met een woord van dank aan onze voorzitter  E.H. Denaux voor de inzegening van dit Mariabeeld en aan allen hier aanwezig om deze inzegening bij te wonen. In naam van Brugge-Mariastad vzw nodig ik jullie dan ook graag uit in het huis de 'Welzijnsschakel Integraal' in Rozendal 5, waar we nog wat gezellig kunnen nakeuvelen met een glaasje bubbels en een hapje.

Ik dank u