Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Op 4 januari 2020 heeft Brugge Mariastad een nieuw Mariabeeld ingehuldigd in de nis van Zonnekemeers 7. Hier volgen enkele fragmenten uit de toespraak die Willy De Four, de secretaris van Brugge-Mariastad vzw.

Geschiedenis van het Mariabeeld

Familie David-Verduyn

Het vorige Mariabeeld, pas weggenomen in september 2019, was een O. L. Vrouw ter Potterie, een pleisteren beeld dat volledig verbrokkeld was en klaar om uit elkaar te vallen. Het huisje werd herbouwd in 1938 en de eerste bewoners waren het gezin David, schoonouders van de huidige bewoonster, haar man woonde hier vanaf zijn 9de jaar. Het weggenomen beeldje was het eerste beeldje dat de nis versierd heeft en het  werd destijds nog ingewijd door Mgr. De Smedt.(bisschop vanaf 1952)

Mevr. David-Verduyn vertelde ons dat zoveel toeristen en passanten hier halt houden om 'haar gevel met beeldje ' te fotograferen.

Het initiatief om hier een nieuw Mariabeeld te plaatsen kwam van de buur, Herman, die bij het plaatsen van bloemetjes in het bloembakje had vastgesteld dat het beeld bijna uit elkaar viel.

Hij stelde voor om een nieuw beeld te zoeken op de grote rommelmarkt op 't Zand.

Zonnekemeers

Vroeger was er maar één benaming voor deze buurt en dat was 'Meers'. Toen in de Meers twee gelijklopende straten ontstonden, heeft het onderscheid tussen Oostmeers en Westmeers zich opgedrongen. En toen later een verbindingsweg tussen Oostmeers en Walplein werd aangelegd heeft men deze nieuwe straat de Nieuwe Meers genoemd, welke benaming in de jaren 1930 door het stadsbestuur in Zonnekemeers werd gewijzigd.

De Nieuwe Meers was ontstaan omstreeks 1340. Op de hoek van de Nieuwe Meers en de Oostmeers stond het huis genaamd 't Zunneken, wat aanleiding heeft gegeven tot Zunnekemeers. Meers betekent beemd, land aan water gelegen of door water omspoeld, lage weidegrond, die in natte winters nogal eens onder water staat. Er is een wezenlijk verschil tussen een meers en een bilk. Een meers is altijd groter dan een bilk; een bilk is daarenboven goed afgesloten en ligt ook wat hoger.

Geneverstokerij

Als slot nog een  historisch toetje omtrent de site 'Wevershof' omdat historisch gezien dit huisje daarvan deel uitmaakte.

Het Wevershof is een binnenplaats waarrond huizen zijn gebouwd. Dergelijke binnenplaatsen met een smalle doorgang van de straat gescheiden worden 'forten' of 'beluiken' genoemd. Ze gelijken op godshuizen maar ze zijn eigendom van privé-personen. Gebouwd door zogenaamde huisjesmelkers, lieten deze forten op maatschappelijke en hygiënisch gebied doorgaans veel te wensen over.

Alvorens hier in 1833/34 het 'fortje' werd gebouwd bestond reeds op dit terrein een brandewijnstokerij met boomgaard en erf sinds 1692. In 1777 koopt een jeneverstoker uit Schiedam (Nederland) de heer Sporkman het hele terrein. Zijn schoonzoon Jan Van Strate, ook een jeneverstoker uit Schiedam, komt hier wonen. Twintig jaar later volgt zijn zoon Willem Van Strate zijn vader op. Hij was stoker en verdeler van drank, maar ook vrederechter te Gistel.

Hij was een ondernemende man want hij kocht nog een stokerij op in de buurt, gelegen op de hoek van de Oostmeers en Goezeputstraat naast de kaarsenfabriek van de familie Verstraete. Hij bouwde op dit terrein het fortje 'Verstraete' zo genoemd naar de latere eigenaar, die het later zal slopen om er een zondagsschool op te richten;  dit is nu het huidige Meersenhuis.

Louis Van Strate, zoon van Willem, neemt in 1829 de stokerij over en bouwt het Wevershof tussen 1833 en 1834 want de bevolkingsregisters van 1835 vermelden reeds de eerste bewoners in het fort. De reden waarom Louis overging tot de bouw van de werkmanshuisjes is mogelijk het zoeken naar een bijkomende bron van inkomsten omdat de accijnzen op jenever enorm stegen in die periode. Vele kleinere stokerijen zagen het niet meer zitten en stopten hun productie. Voor de extra inkomsten volgde Louis wellicht het voorbeeld van zijn vader, Willem Van Strate, gezien die ook al werkmanshuisjes had opgekocht en huisjes had gebouwd op zijn eigendom in de Oostmeers (het fort "Verstraete"). Na uitgeweken te zijn naar Gent en Oostkamp omdat het zeer slecht ging met zijn stokerij kwam hij terug naar Brugge en zocht een andere bestemming voor zijn stokerij. Hij woonde toen in het huis waar een bakkerij gevestigd was, het  latere koetshuis van het Sint-Janshospitaal en nu Art Gallery.

In de gebouwen van de stokerij kwam er achtereenvolgens rond 1846 een aardappelzetmeelfabriek.

 

Het Wevershof

Panden van Familie Van Strate

1. Stokerij, later Meubelfabriek Claeys, nu het appartementsgebouw Zonnekemeers     1-3-5
2. het erf naast de stokerij , nu het Wevershof, Zonnekemeers
3. Werkmansfort "Verstraete", later Zondagsschool en Patronaat, nu Meersenhuis,
Oostmeers 5
4. Werkmansbeluik "Dobbelaere", hoek Walplaats/Stoofstraat
5. Brouwerij 'De Wolf", nu deel van de brouwerij "De Halve Maan", Walplaats
6. Brouwerij "De Anker" nu hotel "Academia", Wijngaardstraat
7. Voormalige Brouwerij "De Anker", Katelijnestraat 54, huis "De Croone" Katelijnestraat 56.
8. Bakkerij, voorheen blauwververij, later koetshuis, nu "Art Gallerij", deel Oud Sint-Jan, Zonnekemeers
9. "huis de Fynebuyck", Huidenvetterij, nu Walplaats 29

 

In 1859 werd de hele site verkocht aan Jan De Schrijver, een kolenhandelaar, zij verkavelden, sloopten en renoveerden. Het Wevershof werd door de reconstructie een apart gesloten geheel, los van het bedrijfsterrein. De huisjes op het fabrieksterrein werden gesloopt en de toegang vanuit Zonnekemeers tot het beluik werd verbreed. De vervuilde stedelijke gracht naast de Begijnhofgracht werd ingekokerd.

In 1870 werd door de gemeenteraad van Brugge aan deze binnenplaats de naam Wevershof gegeven,

In 1900 waren er 28 huisjes en 170 bewoners, dus overbevolkt. Op de bewoning was geen controle: vele huisjes werden door de arme bewoners of door de eigenaar nog eens onderverhuurd zodat er meerdere families kwamen wonen in één huisje. Begin 1900 waren er in Brugge een 50-tal fortjes.

Zonnekemeers, Wevershof in 190

In 1870 werd het totale domein verkocht aan Vincent Steyaert, ook een kolenhandelaar. Er kwam nog een fabriekje voor vetten en oliën waarvan de familie Steyaert ook eigenaar was.

In 1907 verkocht Steyaert het bedrijfsterrein en de twee bijhorende huizen aan de gebroeders Claeys die er een meubelfabriek inrichtten. In 1924 kocht de Commisie van Burgerlijke Godshuizen  het Wevershof van de familie Steyaert.

Dank zij het legaat of de testamentaire schenking van Leon De Meulemeester junior, kwam de COO (Commissie van Openbare Onderstand), opvolgster van de Commissie van Burgerlijke Godshuizen in 1937 in het volledig bezit van het werkmansbeluik 'het Wevershof' en kreeg dit een bestemming als 'Godshuis'.

Snelweg tussen twee ziekenhuizen

In de Gasthuisstraat (nu Prof. Dr.J.Sebrechtsstraat) bevond zich het gasthuis voor bejaarde vrouwen, het 'Sint-Antoniusinstituut' waar de zusters van Liefde de zorg voor de bejaarde en zieke vrouwen op zich namen. Dit gasthuis werd in 1892 door arch. Delacenserie gebouwd. In 1933 verlieten de zusters van Liefde het gasthuis en de bejaarden werden in verschillende andere inrichtingen geplaatst. In 1935 besliste de C.O.O. dat het gasthuis als een ziekenhuis voor chirurgie zou worden ingericht. Een verbindingsweg tussen het Sint-Janshospitaal en de nieuw ingerichte Minnewaterkliniek moest zorgen voor een snelle en veilige verbinding.

Er werd gekozen voor een viaduct die over het Wevershof liep, om dit te realiseren moesten enkele huisjes van het Wevershof en ook in Zonnekemeers  nr. 5 en 7 gesloopt worden. Het poortgebouw van de viaduct kwam boven het Zonnekemeers, naar het ontwerp van arch. Luc Viérin.

In mei 1938 gaf de stad aan de C.O.O een vergunning voor het herbouwen van de huizen Zonnekemeers nr.5 en nr. 7

Op de gevels van het poortgebouw van de viaduct werden twee bas-reliëfs aangebracht van de hand van de Brugse beeldhouwer Michiel Poppe. Op de oostgevel  het beeld van Johannes de Doper  met het Lam en op de westgevel het beeld van Johannes de Evangelist met het Evangelieboek. Deze beelden dateren van 1925.

Sanering

Bij de verhuis van het Sint-janshospitaal in 1976 naar de nieuwe gebouwen in Sint-Pieters werd de verbindingsweg overbodig. In 1990 werd de beslissing genomen om het Wevershof te saneren en er werd ook beslist dat het ganse binnengebied van het Wevershof werd overgedragen aan de stad in het kader van een ruiloperatie tussen OCMW en de stad. Op 21 oktober 1992 gaf het Vlaams Gewest een vergunning aan de stad voor heraanleg van de binnengronden achter het Wevershof en voor het afbreken van de hellingen van het viaduct. Twee jaar later gaf de stad een gunstig advies tot het saneren van de huisjes 1 t/m 22  van het Wevershof en de huisjes nr. 7, 9 en 11 van Zonnekemeers. Na de renovatie zijn er nu 11 huisjes rond het Wevershof en 3 huisjes in Zonnekemeers (7, 9 en 11).

Inhuldiging 4 januari 2020

Receptie

Nadat Willy De Four deze toelichting had gegeven, werd de inzegening van het nieuwe beeld uitgevoerd door E.H. Denaux. Daarna werden de aanwezigen uitgenodigd voor een gezellige receptie in de brouwerij 'De Halve Maan' met een Brugse Zot of een Straffe Hendrik

 

Voor de volledige toespraak van sekretaris Willy De Four, klik hier.